Wat gebeurt er met de oudedagsverplichting als de DGA overlijdt?
Met ingang van 1 juli 2017 is er een einde gekomen aan de mogelijkheid om pensioen in eigen beheer op te bouwen. Directeur-Grootaandeelhouders (DGA) hadden vanaf dat moment de keuze tussen bevriezing van de bestaande pensioenopbouw, afkoop van de pensioenverplichting, of omzetting van de pensioenverplichting in een oudedagsverplichting.

Veel ondernemers hebben voor de oudedagsverplichting (ODV) gekozen. Wat zijn hiervan de consequenties bij overlijden van de DGA? In deze blog vertel ik u er graag meer over.
Wat is een ODV ook alweer?
In vogelvlucht: De oudedagsverplichting is een voorziening die op het eerste gezicht veel weg heeft van een bancaire lijfrente. De waarde van de ODV, die bij aanvang gelijk staat aan de fiscale waarde van het omgezette pensioen, wordt jaarlijks opgehoogd met de bijschrijving van rente. U kunt de oudedagsverplichting geheel of gedeeltelijk onderbrengen als lijfrente bij een bank of verzekeraar, maar dit is geen verplichting. Wanneer u de oudedagsverplichting niet omzet in een lijfrente wordt de periodieke uitkering door de BV uitgekeerd. De uiterste ingangsdatum van deze uitkering ligt twee maanden na het bereiken van de AOW-leeftijd, waarna de oudedagsverplichting gedurende 20 jaar in termijnen wordt uitbetaald.
Vererving en de oudedagsverplichting
Als u een oudedagsverplichting heeft, moet deze na uw overlijden toekomen aan uw erfgenamen. De termijnen van de ODV vererven op basis van een testament of legaat, of -bij afwezigheid van een testament- op grond van het wettelijk erfrecht. U mag hier in uw ODV-overeenkomst niet van afwijken. Doet u dit toch, dan is er sprake van een onzuivere ODV en moet u loonheffing en revisierente betalen. Ook kan er in dat geval geen sprake zijn van een vrijstelling voor de erfbelasting.
Wat gebeurt er als de DGA vóór de pensioenleeftijd overlijdt?
Komt de DGA te overlijden voordat de uitkeringstermijnen van de oudedagsverplichting zijn ingegaan, dan hebben de erfgenamen 12 maanden de tijd om te bedenken wat zij met de ODV willen doen: door de BV laten uitbetalen, of omzetten in een lijfrente bij een bankinstelling of een verzekeraar. Welke keuze de erfgenamen ook maken, twaalf maanden na het overlijden van de DGA start de uitbetaling van de termijnbedragen. Het is dus niet mogelijk om de uitkering uit te stellen tot een later, fiscaal gunstiger, moment.
Wat gebeurt er als de DGA na de pensioenleeftijd overlijdt?
Overlijdt de DGA nadat de uitbetalingstermijnen reeds zijn ingegaan? Dan gaat het recht op de nog niet uitgekeerde termijnen over op de erfgenamen. Stel dat de DGA de afgelopen 7 jaar uitkeringen vanuit de oudedagsverplichting heeft ontvangen, dan krijgen de erfgenamen de termijnen gedurende de resterende 13 jaar uitbetaald. In het geval van reeds lopende termijnen is het voor de erfgenamen niet* mogelijk om de uitkering van de ODV nog om te zetten in een lijfrenterekening of lijfrentebeleggingsrecht.
*Vanaf 11 december 2018 is dit volgens het Verzamelbesluit lijfrenten onder bepaalde voorwaarden wel mogelijk geworden. Laat u hierover altijd adviseren. (Red.)
Wat gebeurt er als vervolgens een van de erfgenamen overlijdt?
Mocht een van de erfgenamen gedurende de uitbetaling van de termijnen overlijden, dan gaat het recht op uitkeringen over op zijn of haar erfgenamen.
Bijvoorbeeld: Stel dat een DGA een ODV-uitkering ontving van € 21.000 per jaar. Na zijn overlijden is het recht op de resterende termijnen overgegaan op zijn drie kinderen Saskia, Marcel en Rob. Ieder van zijn kinderen ontvangt nu € 7.000,= per jaar. Na een aantal jaar komt op een kwade dag ook Rob, vader van twee kinderen, te overlijden. De kinderen van Rob ontvangen dan gedurende de looptijd van de resterende termijnen € 3.500,= per persoon per jaar.
Technische haken en ogen bij vererving ODV
Een testament geeft iedereen, dus ook de DGA, de mogelijkheid om af te wijken van het wettelijk erfrecht. Toch kunnen er juist hierdoor technische haken en ogen ontstaan bij de vererving van de termijnen van de oudedagsverplichting. Denkt u maar eens aan een testament waarbij de kinderen van de DGA de erfgenaam zijn en het bloot eigendom van de bezittingen krijgen, terwijl de partner het vruchtgebruik krijgt in de vorm van een legaat. Na het overlijden van de DGA krijgen de kinderen dan wel het bloot eigendom van de ODV, maar komen de vruchten hiervan (oftewel de uitbetaling van de termijnen) toe aan de partner. In deze situatie is de partner geen erfgenaam, maar ontvangt hij of zij wel de ODV-uitkering. Een vruchtgebruiktestament kan hiermee dus leiden tot een onzuivere ODV.
Uit de Handreiking ODV-aanspraken en overlijden van het Centraal Aanspreekpunt Pensioen (CAP) blijkt dat de ODV-overeenkomst moet aansluiten bij het wettelijk erfrecht of bij het testament/legaat. Als u na verloop van tijd -bijvoorbeeld na een echtscheiding- in uw testament andere erfgenamen aanwijst, zult u dus rekening moeten houden met hetgeen er is opgesteld in uw ODV-overeenkomst.
Deze en andere technische aspecten mogen zeker niet over het hoofd gezien worden bij de uitvoering van een oudedagsverplichting. Onze adviseurs kijken en denken hierbij graag met u mee. U kunt een afspraak maken via tel. 0578-211000 of [email protected].

Jenny Vosselman
Gerelateerde berichten
Hoe begeleid ik mijn medewerkers goed naar hun pensioen?
Waar de ene medewerker de dagen aftelt, gaat de ander het liefst nog een paar jaar door. Hoe dan ook: als werkgever wilt u graag dat uw werknemers op een goede en gezonde manier de AOW-leeftijd bereiken en dus zo lang mogelijk optimaal inzetbaar zijn voor uw onderneming. Hoe kunt u uw medewerkers hierbij helpen?
Nederlandse vrouwen zijn steeds pensioenbewuster
Onlangs werd al bekend gemaakt dat werkende vrouwen in Nederland gemiddeld 40% minder pensioen opbouwen dan mannen. Daarmee staat Nederland op de één na laatste plaats in Europa als het gaat om gelijke pensioenopbouw tussen mannen en vrouwen. Uit onderzoek blijkt nu ook dat vrouwen op dit moment bezig zijn die achterstand in te lopen. Dat komt doordat steeds meer vrouwen zich ervan bewust worden dat zij na hun pensioen terugvallen in inkomsten en dus hun huidige levensstandaard niet meer kunnen voortzetten. Reden om actie te ondernemen dus.
Nederlandse vrouwen zijn steeds pensioenbewuster
Onlangs werd al bekend gemaakt dat werkende vrouwen in Nederland gemiddeld 40% minder pensioen opbouwen dan mannen. Daarmee staat Nederland op de één na laatste plaats in Europa als het gaat om gelijke pensioenopbouw tussen mannen en vrouwen. Uit onderzoek blijkt nu ook dat vrouwen op dit moment bezig zijn die achterstand in te lopen. Dat komt doordat steeds meer vrouwen zich ervan bewust worden dat zij na hun pensioen terugvallen in inkomsten en dus hun huidige levensstandaard niet meer kunnen voortzetten. Reden om actie te ondernemen dus.
De Wet toekomst pensioenen: de 3 routes naar een nieuwe pensioenregeling
De Wet toekomst pensioenen: de 3 routes naar een nieuwe pensioenregeling Op 1 juli 2023 is de Wet toekomst pensioenen (Wtp) ingegaan. Dat betekent dat we ons nu in een transitiefase bevinden die uiterlijk duurt tot 1 januari 2028. Op die datum moeten alle bestaande pensioenregelingen aan de nieuwe situatie zijn aangepast en volledig zijn ingeregeld.
Nieuw op de loonstrook: pensioenalert!
Nederlanders die minder gaan werken, kijken amper naar effect op pensioen
Werken in deeltijd is populair in Nederland. Bijna de helft van de beroepsbevolking (45 procent) doet het, en vrouwen meer dan mannen. Als redenen worden vaak genoemd de zorg voor de (klein)kinderen, mantelzorg, gezondheid, behoefte aan meer vrije tijd, of geen hoger inkomen nodig. Een deeltijdbaan levert minder inkomen op, maar heeft ook gevolgen voor de opbouw van het pensioen.
Werknemer bouwt straks vanaf 18 jaar pensioen op
Lijfrenteruimte flink verruimd: zo gebruikt u deze voor uw oudedagsvoorziening
Een bancaire of verzekerde lijfrente kunt u afsluiten als voorziening voor uw oudedag. Als ZZP’er, ondernemer of als werknemer kunnen er dus diverse redenen zijn om een lijfrenterekening te openen c.q. een lijfrenteverzekering af te sluiten. Een lijfrentevoorziening heeft als voordeel dat de maandelijkse inleg bruto is en dus aftrekbaar voor de inkomstenbelasting.