Overheidsplannen en Werkgevers

Filter

Overheidsplannen en Werkgevers

Werk is één van de speerpunten van het kabinet. Werkenden zijn gemiddeld genomen gelukkiger en gezonder dan niet-werkenden en werk is de snelste route naar een goed inkomen en economische zelfstandigheid.

Loonontwikkeling

De groei van de economie en de toenemende krapte op de arbeidsmarkt gaan nog niet voor iedereen gepaard met een duidelijke stijging van lonen. De werkloosheid daalt; dat is een teken van een krappere arbeidsmarkt. Doorgaans leidt dit tot opwaartse druk op de lonen. Onder andere het Centraal Planbureau (CPB), De Nederlandsche Bank (DNB) en de Europese Commissie hebben dit jaar gewezen op de in hun ogen gematigde loonontwikkeling in Nederland.

Sinds de crisis zijn de totale (reële) loonkosten ongeveer even hard gegroeid als de arbeidsproductiviteit. De totale loonkosten bestaan uit de contractlonen en incidentele lonen (samen het brutoloon) en uit de sociale lasten en premies voor werkgevers. De ruimte die bedrijven hebben om werkenden meer loon te betalen, hangt op de lange termijn af van de ontwikkeling van de arbeidsproductiviteit. Oftewel: van de toegevoegde waarde per gewerkt uur. Als de productiviteit toeneemt, kunnen bedrijven immers een hogere beloning uitkeren, zonder dat dit hun winstmarge drukt.

De incidentele lonen en sociale werkgeverslasten zijn juist gedaald tijdens de crisis, waardoor ze nu op een lager niveau liggen dan in 2008.

Wijzigingen Minimumloon

Beloning arbeid obv Overeenkomst van Opdracht

Gelijk werk verdient gelijke beloning. Afgelopen voorjaar is daarom het wetsvoorstel aangenomen dat regelt dat het wettelijk minimumloon ook geldt voor mensen die tegen beloning arbeid verrichten op basis van een overeenkomst van opdracht (OVO), tenzij het gaat om mensen die als zelfstandige in fiscale zin worden beschouwd. Als mensen werken in een situatie die feitelijk en maatschappelijk overeenkomt met een dienstbetrekking, moeten zij ten minste conform het minimumloon worden betaald. Deze wet treedt op 1 januari 2018 in werking.

Wettelijk minimumjeugdloon verhoogd

Om beter aan te sluiten bij veranderende sociaal-economische en maatschappelijke ontwikkelingen en bij wat internationaal gangbaar is, is het wettelijk minimumjeugdloon verhoogd. Dit gebeurt in stappen. Vanaf 1 juli 2017 hebben werknemers vanaf 22 jaar recht op het volledige wettelijk minimumloon. Een verdere verlaging naar 21 jaar is voorzien voor 2019. Ook vindt verhoging plaats van de hiervan afgeleide percentages voor het minimumjeugdloon van 18- t/m 21-jarigen.

Invoering LoonkostenVoordelen (LKV) en het MinimumjeugdloonVoordeel (LIV)

Voor werkgevers verdwijnen op 1 januari 2018 de premiekortingen voor jongere, oudere en arbeidsgehandicapte werknemers. Hiervoor komen vanaf 2018 loonkostenvoordelen (LKV’s) in de plaats. LKV’s gelden voor ouderen en mensen met een arbeidsbeperking, zoals een ziekte of handicap. De nieuwe systematiek is eenvoudiger, robuuster en fraudebestendiger en lost de verzilveringsproblematiek voor met name kleine bedrijven op.

Om bedrijven te stimuleren meer jongeren aan te nemen, kunnen werkgevers vanaf 1 januari 2018 een tegemoetkoming krijgen voor jongeren van 18 tot en met 21 jaar: het jeugd-LIV (lage inkomensvoordeel). Deze tegemoetkoming compenseert werkgevers voor de verhoging van het minimumjeugdloon.

Zieke medewerkers

Loondoorbetaling bij ziekte

Werknemers die tijdens hun dienstverband ziek worden, hebben recht op doorbetaling van hun loon. Werkgevers zijn verplicht bij ziekte het loon gedurende maximaal twee jaar door te betalen.
Voor werknemers die blijven doorwerken na de AOW-leeftijd is met ingang van 1 januari 2016 het recht op loondoorbetaling bij ziekte beperkt tot dertien weken.

De doorbetaling van het loon gedurende twee jaar is een doorn in het oog van kleine en middelgrote bedrijven. Een andere aanpak staat daarom vaak op de agenda van de werkgeversorganisaties. En is nu ook een onderwerp van overleg tussen de formerende partijen. Eerdere doorrekeningen van het CPB voorzien een jaarlijkse toename van de uitvoeringslasten van circa € 600 miljoen. Er gaan geluiden op om deze duur in te korten tot bijvoorbeeld één jaar. Door de inkorting van de loondoorbetalingsduur voor werkgevers nemen het ziekteverzuim en de WIA-instroom naar verwachting toe. Werkgevers zullen zich mogelijk in een collectief gefinancierde loondoorbetaling minder inspannen om ziek personeel te voorkomen of weer aan de slag te krijgen.

Inkorting klinkt voor werkgevers aantrekkelijk. Maar wie betaalt het tweede jaar? Gaat de WIA-uitkering eerder in of wordt er een (publiek) fonds gevormd? En hoe bewaken we de continuïteit van de re-integratie inzet?

Begroting van de overheid

De uitgaven van SZW zijn geëxtrapoleerd naar het jaar 2022. Er is sprake van een tegenvaller door een opwaartse bijstelling van de uitgaven, doordat de contractlonen harder zijn gestegen dan het kabinet verwachtte bij Miljoenennota 2017 en door een stijging van de prijzen.

Minder uitgaven bijstand

De uitgaven aan bijstand en vooral aan de WW zijn naar beneden bijgesteld ten opzichte van de stand in de Miljoenennota 2017 vanwege lagere werkloosheidscijfers.

Stijging uitgaven WIA

Bij de arbeidsongeschiktheidsregelingen heeft het kabinet te maken met een tegenvaller. Dat komt onder meer door een hogere instroom in de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen (WIA)-regeling. Daardoor stijgen de uitgaven aan de WIA.

Besparingsverlies WIA en ZW

In het Sociaal Akkoord is afgesproken dat sociale partners maatregelen nemen om het beroep op de WIA te verminderen, maar concrete maatregelen zijn nog niet genomen. Dit zorgt voor een besparingsverlies. In het Sociaal Akkoord is ook afgesproken om pilots uit te voeren rond innovatieve werkwijzen voor re-integratie bij ziekte, die op termijn landelijk uitgerold kunnen worden. Er zijn nog geen concrete maatregelen genomen om de ZW-pilots landelijk uit te rollen. Ook dit zorgt voor een besparingsverlies.

Aanpassing transitievergoeding controversieel

Het wetsvoorstel aanpassing transitievergoeding bij ontslag wegens bedrijfseconomische redenen of langdurige arbeidsongeschiktheid is door het parlement controversieel verklaard. Op grond van dit wetsvoorstel zou het UWV werkgevers compenseren voor de kosten van de transitievergoeding bij ontslag na langdurige ziekte. Deze wet had op 1 januari 2019 moeten ingaan. Die datum is niet meer haalbaar vanwege de benodigde voorbereidingstijd bij het UWV.

Budget voor artsen UWV

Vanaf 2019 maakt het kabinet budget vrij voor het behoud van de artsencapaciteit van het Uitvoeringsinstituut Werknemersverzekeringen (UWV).

AOW-uitgaven naar beneden bijgesteld

De raming van de AOW-uitgaven is meerjarig naar beneden bijgesteld, omdat in eerdere ramingen de inkomensafhankelijke heffingskorting niet juist berekend werd in de uitkeringsbedragen. Daarnaast stijgt de AOW-uitkering minder dan verwacht. De AOW-kostendelersnorm zou op 1 januari 2019 ingevoerd worden, maar gaat niet door. Lees meer.

 

Veldhuis Advies
Uw financiën, onze zorg!
Dit artikel is geschreven door:

Veldhuis Advies is de grootste organisatie in financieel advies in de regio. Ons bedrijf telt ruim 60 medewerkers. We mogen 15.000 particulieren en 2.500 ondernemers en bedrijven tot onze klantenkring rekenen. Graag geven wij u echter het gevoel, dat u onze enige klant bent. Dan hebben wij ons werk pas goed gedaan.
Vragen? Neem vrijblijvend contact met mij op:

Neem contact op


Direct contact

Wilt u meer informatie of een afspraak maken? Bel dan op werkdagen tussen 08.30 en 17.30 uur met Veldhuis Advies of maak gebruik van het contactformulier.

(0578) 699 760 info@veldhuisadvies.nl

Klik hier om een schade te melden.

  • velden met een ster (*) zijn verplicht om in te vullen