Nieuwe regels huwelijksgemeenschaps

Filter

Nieuwe regels huwelijksgemeenschaps

Head trouwen ringen

Voor wie nu al getrouwd is, verandert er niets. Maar iedereen die na 2017 in het huwelijksbootje stapt, krijgt te maken met de nieuwe regels voor het huwelijksvermogen. We laten zien hoe u daarmee om moet gaan.

In Nederland trouwen we sinds 1838 automatisch in algehele gemeenschap van goederen, tenzij we naar de notaris stappen om ‘huwelijkse voorwaarden’ te maken. Nederland neemt daarmee — samen met twee andere landen wier wetgeving sterk is beïnvloed door de Nederlandse, te weten Suriname en Zuid-Afrika — wereldwijd een uitzonderingspositie in. In de rest van de wereld is de gemeenschap binnen het huwelijk altijd op een of andere manier beperkt. Maar dat gaat binnenkort veranderen. Vanaf 1 januari a.s. trouwt iedereen in Nederland automatisch in ‘beperkte gemeenschap van goederen’, tenzij daar bij de notaris van wordt afgeweken.

Zo’n ‘beperkte gemeenschap van goederen’ houdt in dat alles wat voor het huwelijk van u was, van u blijft en niet in de nieuwe huwelijksgemeenschap valt. De inkomsten uit uw privébezit — de ‘vruchten’, in juridisch jargon — blijven eveneens buiten de huwelijksgemeenschap (denk dan bijvoorbeeld aan rente op uw spaargeld en uitgekeerde dividenden). Beider inkomsten uit werk dat u tijdens uw huwelijk vergaart, vallen binnen de huwelijksgemeenschap en worden dus ook van u beiden. Bezittingen die u met deze gezamenlijke inkomsten koopt, vallen uiteraard ook in de huwelijksgemeenschap.

LET OP: Het nieuwe huwelijksvermogensrecht geldt ook voor geregistreerd partners. Desgewenst waar ‘echtgenoot’ en ‘trouwen’ staat, ‘geregistreerd partner’ en ‘geregistreerd partnerschap aangaan’ lezen.

Problemen aan de horizon?

De nieuwe huwelijksvermogenswetgeving is vooral relevant als het huwelijk eindigt, dus na een scheiding of na een overlijden van één van de twee echtgenoten.

Bij een huwelijk in volledige gemeenschap van goederen is het eenvoudig: er is in beginsel maar één vermogen waarvan beide partners het eigendom hebben in de verhouding 50/50 (alleen schenkingen of erfenissen die met een uitsluitingsclausule zijn verkregen, vallen buiten de gemeenschap en behoren tot het privévermogen van de ontvanger). Als het huwelijk eindigt, heeft ieder dus precies de helft van alle bezittingen en schulden. Om die reden is het niet nodig bij te houden van wie de bezittingen en schulden zijn.

Trouwt u in beperkte gemeenschap van goederen — de nieuwe standaard vanaf volgend jaar — dan is het minder eenvoudig. Er is niet sprake van één gezamenlijk vermogen, maar van drie vermogens: dat van u, dat van uw echtgeno(o)t(e) en het gezamenlijk huwelijksvermogen.

Gaat u scheiden, dan zal moeten blijken wat van wie is. Wie niet kan bewijzen dat iets van hem of haar is, ziet dat vermogensbestanddeel automatisch in de gemeenschap vallen. Eventuele schulden die u al had voordat u ging trouwen blijven overigens privé en dus van u.

Rechtzaken

Onduidelijkheid over wat van wie is leidt ook nu al vaak tot langdurige rechtszaken bij scheidingen van echtparen die gehuwd zijn onder huwelijkse voorwaarden. Vaak vereisen die huwelijkse voorwaarden dat er een administratie wordt bijgehouden, maar in de praktijk houdt bijna niemand zich daaraan. Waarom zou je? Zolang ze getrouwd en gelukkig zijn, zien de meeste gehuwden daar het nut niet van in. En inderdaad is er ook geen direct nut als de relatie goed loopt. Wel als de relatie misloopt, maar dan is het meestal te laat om met terugwerkende kracht de huwelijkse voorwaarden na te leven. Nu de beperkte gemeenschap van goederen de standaard wordt, zou het aantal procedures bij een echtscheiding wel eens flink kunnen toenemen.

Maar ook na een overlijden kan onduidelijkheid ontstaan. Zeker als de overledene meer — of minder — vermogen had dan zijn of haar partner. Of als er ook andere erfgenamen zijn dan de partner. Want uit welk vermogen bestaat dan de nalatenschap? Dat zullen de erfgenamen — en de Belastingdienst — graag willen weten!

Bijhouden

Om problemen in de toekomst voor te zijn zult u dus goed moeten bijhouden wat van wie is. Dat lijkt vaak simpeler dan het is. Goed, opschrijven welke bezittingen van u waren voordat u ging trouwen, is misschien niet zo ingewikkeld. En zolang u niets doet met uw privévermogen is er ook niets aan de hand. Maar zodra u er wel iets mee doet, moet u oppassen.

Stel dat u voor uzelf een auto koopt, dan blijft die auto privébezit. Mocht u uit elkaar gaan, dan heeft uw ex geen recht op deze auto. Complexer wordt het als u vanuit uw privévermogen een deel van de gezamenlijke hypotheek aflost. U heeft dan natuurlijk recht op het bedrag dat u heeft gebruikt voor de aflossing. Maar u deelt ook mee in de waardeverandering van het huis dat met de hypotheek is gefinancierd. Dat betekent dat u recht heeft op méér dan de oorspronkelijke vordering als het huis in waarde is gestegen en minder als de waarde is gedaald.

Voorbeeld

U heeft samen een huis gekocht van € 400.000 met € 200.000 gezamenlijk vermogen en een gezamenlijke hypotheek van € 200.000. U lost de hypotheek volledig af met privégeld. U krijgt dan een vordering op de gemeenschap van € 200.000. Als het huis na 10 jaar wordt verkocht voor € 600.000, krijgt u niet alleen de aflossingssom van € 200.000, maar deelt u ook mee in de waardestijging van het huis. U heeft dan recht op nog eens € 100.000. Is datzelfde huis echter in waarde gedaald, bijvoorbeeld € 300.000, dan heeft u weliswaar nog steeds recht op € 200.000, maar omdat u ook voor de helft meedeelt in de waardevermindering moet de helft daarvan — € 50.000 — daar nog van worden afgetrokken. U krijgt dus maar € 150.000 terug.

Bezittingen die vóór het huwelijk al van u beiden waren, vallen volledig in de huwelijksgemeenschap zodra u bent getrouwd. Als u bijvoorbeeld samen een huis had waaraan u zelf 25 procent had bijgedragen en uw partner 75 procent, wordt deze verhouding na het huwelijk automatisch 50/50. Dat was onder de huidige regels van algehele gemeenschap trouwens ook al zo. Wilt u dat voorkomen, dan zult u huwelijkse voorwaarden moeten laten opstellen bij de notaris.

Voor schenkingen en erfenissen geldt een aparte regel: deze blijven uw privébezit, ook als u ze heeft gekregen nadat u bent getrouwd. Maar degene die nalaat of schenkt kan een zogenaamde insluitingsclausule bij de schenking of nalatenschap opnemen. De insluitingsclausule is het tegenovergestelde van de uitsluitingsclausule, waarmee een schenker of erflater kan bepalen dat een schenking of nalatenschap niet in een huwelijksgemeenschap valt. Door een insluitingsclausule valt de schenking of de nalatenschap binnen de huwelijksgemeenschap en wordt het automatisch 50/50 verdeeld.

TIP: Een insluitingsclausule is handig om erfbelasting te besparen. Stel bijvoorbeeld dat de ontvanger van een erfenis of schenking al veel privévermogen bezit en dus waarschijnlijk veel belastbaar vermogen zal nalaten aan zijn wederhelft. Dan is het handiger als de minstvermogende ook profiteert. Het is mogelijk de insluitingsclausule zo te formuleren dat deze alleen werkt bij overlijden en niet bij echtscheiding.

Bedrijf

Ingewikkelder wordt het als u een eigen bedrijf heeft. Bestond dit bedrijf al vóór het huwelijk, dan blijft de onderneming uw privébezit. De winsten die u vanaf het moment dat u in het huwelijk bent getreden vallen echter in de huwelijksgemeenschap. Hier zit een potentieel knelpunt, want wat gebeurt er met niet-uitgekeerde winsten? Bijvoorbeeld als uw bedrijf fantastisch draait en hoge winsten boekt, maar u slechts een klein deel van deze winsten uitkeert?

Om te voorkomen dat ondernemers winsten oppotten in hun privévermogen in plaats van ze uit te keren aan het gezamenlijke vermogen, is hiervoor een aparte bepaling gemaakt. Die stelt dat de ondernemer aan de huwelijksgemeenschap een ‘redelijke vergoeding’ moet betalen voor het ondernemerschap. Maar wat is redelijk? Daar zijn geen harde regels voor, zodat de eigen onderneming een bron van conflicten kan zijn. Ondernemers die hun bedrijf buiten de huwelijksgemeenschap willen houden, kunnen beter huwelijkse voorwaarden laten opmaken. Dan biedt de koude uitsluiting waarschijnlijk meer garanties dan de wettelijke regeling, de beperkte gemeenschap van goederen.

Administratie

Terug naar de gewone praktijk. Want hoe moeten de echtelieden hun vermogens administreren? Regels zijn er niet, maar het is verstandig om eens per jaar op een A4’tje een overzicht van uw vermogen te geven. Een goed moment om dat bij te werken is als u aangifte voor de inkomstenbelasting doet. Zaken als een tweede huis, een auto, boot of antiek zijn meestal eenvoudig gescheiden te houden. Houd voor uw privégeld en beleggingen in elk geval aparte rekeningen aan. En ga er even goed voor zitten als er vergoedingsrechten zijn ontstaan omdat u privégeld heeft gebruikt voor gemeenschappelijke aankopen of voor het aflossen van gemeenschappelijke schulden of schulden van uw partner.

Het is niet nodig hier een notaris voor in te schakelen (zie echter het kader ‘Gaat u trouwen?’). Als het u gelukt is de drie vermogens per 31 december van elk jaar in kaart te brengen, print u het in tweevoud en ondertekent u beiden de twee overzichten. U bewaart ieder het origineel op een veilige plaats. Vergeet ook niet een scan voor in de cloud of op de computer te maken.

CONCLUSIE

De meeste mensen trouwen zonder huwelijkse voorwaarden. Dat zal volgend jaar niet anders zijn, alleen betekent het vanaf volgend jaar dat die administratie idealiter wel onderdeel gaat uitmaken van de huwelijkse rituelen. Voor echtscheidingsadviseurs gloort vermoedelijk een zonnige toekomst.

ALGEHELE GEMEENSCHAP KAN NOG

Wie vanaf 2018 in het huwelijk treedt, kan dat nog steeds in algehele gemeenschap van goederen doen. U moet daarvoor wel naar de notaris. Die regelt dat in de huwelijkse voorwaarden. Uiteraard kunt u nog andere huwelijkse voorwaarden laten opmaken, zoals ‘koude uitsluiting’ — waarbij beider vermogens strikt gescheiden blijven. U kunt in die voorwaarden trouwens ook laten opnemen dat u nooit hoeft af te wassen of de vuilnisbak buiten te zetten, want de inhoud voor huwelijkse voorwaarden is vrij.

GAAT U TROUWEN?

3 nuttige tips voor als u na Oud & Nieuw in het huwelijk wilt treden:

  1. U bent niet verplicht om de trouwen in beperkte gemeenschap van goederen, dus sta even stil bij de gevolgen als u geen huwelijkse voorwaarden laat opmaken — zeker als u een onderneming heeft. Staat u er niet volledig achter? Trouw dan niet of ga naar de notaris voor het opmaken van huwelijkse voorwaarden die beter bij u passen. Een notaris is niet goedkoop, maar als u afziet van huwelijkse voorwaarden om notariskosten te besparen, bent u “penny wise and pound foolish”. Want reken er maar op dat het u veel meer gaat kosten als uw huwelijk op de klippen loopt!
  2. Maak allebei een lijst van uw bezittingen èn schulden vóórdat u in het huwelijk treedt. En open een gemeenschappelijke bankrekening (en/of) zodra u bent getrouwd, voor de gemeenschappelijke inkomsten en uitgaven.
  3. Als u geen goede administratie heeft bijgehouden, kunt u dit later corrigeren door vaststellingsovereenkomst te laten opstellen. Daarin spreekt u af wat de status op dat moment is op basis van een reconstructie van het verleden. Vanaf dan is het natuurlijk zaak jaarlijks bij te houden wat uw privévermogen is.
Veldhuis Advies
Uw financiën, onze zorg!
Dit artikel is geschreven door:

Veldhuis Advies is de grootste organisatie in financieel advies in de regio. Ons bedrijf telt ruim 75 medewerkers. We mogen 20.000 particulieren en 3.000 ondernemers en bedrijven tot onze klantenkring rekenen. Graag geven wij u echter het gevoel, dat u onze enige klant bent. Dan hebben wij ons werk pas goed gedaan.
Vragen? Neem vrijblijvend contact met mij op:

Neem contact op


Direct contact

Wilt u meer informatie of een afspraak maken? Bel dan op werkdagen tussen 08.30 en 17.30 uur met Veldhuis Advies of maak gebruik van het contactformulier.

(0578) 699 760 info@veldhuisadvies.nl

Klik hier om een schade te melden.

  • velden met een ster (*) zijn verplicht om in te vullen