Miljoenennota en Pensioen

Filter

Miljoenennota en Pensioen

De gemiddelde pensioenleeftijd stijgt de laatste jaren sterker onder laagopgeleiden dan onder hoogopgeleiden. Tussen 2011 en 2016 is de gemiddelde pensioenleeftijd onder laagopgeleiden toegenomen van 63,1 jaar naar 64,8 jaar. Onder hoogopgeleiden steeg deze in dezelfde periode van 62,9 jaar naar 64,0 jaar. In 2016 gingen hoogopgeleiden vaker een of meer jaren vóór de AOW‑gerechtigde leeftijd met pensioen, terwijl laagopgeleiden vaker op of ná de AOW-gerechtigde leeftijd met pensioen gingen.

Sociale zekerheid

De pensioenpremies stijgen dit jaar vanwege de lage rente. Volgend jaar dalen de premies licht, vanwege de verhoging van de pensioenrichtleeftijd van 67 naar 68 jaar. De overheidssector vormt hierop een uitzondering. De dekkingsgraden verbeteren naar verwachting volgend jaar, vooral door een lichte stijging van de rente.

Algemene Ouderdoms Wet

In 2018 zal de AOW-gerechtigde leeftijd 66 jaar bedragen. Na 2018 zet de geleidelijke verhoging van de AOW-gerechtigde leeftijd door. De AOW-gerechtigde leeftijd wordt in stappen verhoogd naar 67 jaar in 2021. De AOW-gerechtigde leeftijd voor 2022 is vastgesteld op 67 jaar en drie maanden. De rijksoverheid heeft op haar site een tool opgenomen waarmee u eenvoudig de AOW-leeftijd vaststelt.

Flexibele AOW-datum

Op 21 februari 2017 stemde de Tweede Kamer tegen het initiatiefwetvoorstel dat Norbert Klein in 2016 indiende om de AOW te wijzigen, waardoor de AOW uitkering op een zelf gekozen moment, maar maximaal twee jaar voor en vijf jaar na de AOW-datum kan ingaan. Klein stelde in zijn voorstel de voorwaarde dat het vrijwillig naar voren halen van het AOW-pensioen niet mag leiden tot een beroep op de Participatiewet.

Staatssecretaris Klijnsma stuurde op 14 juli 2017 de Kamer het onderzoeksrapport met betrekking tot de meerwaarde van een flexibele AOW-datum. Op basis van de resultaten van de enquête die de onderzoekers hielden, blijkt dat mensen een sterke voorkeur hebben voor vervroegd pensioen, vooral in deeltijd. Volgens het onderzoek heeft een flexibele AOW echter nauwelijks invloed op de feitelijke keuze van de pensioenleeftijd.

“Werkgevers in de bouw, de installatiebranche en de metaalsector roepen de politiek op om snel in te grijpen. Naast een bevriezing van de pensioenleeftijd willen ze ook een onderzoek naar een flexibele AOW. Werknemers kunnen dan eerder stoppen met werken, tegen een lagere AOW uitkering. Eerder dit jaar pleitte vakbond FNV ook al voor een flexibele AOW”, schreef het Algemeen Dagblad op 18 juli 2017. Het nieuwe kabinet ontkomt er volgens werkgeversorganisaties niet aan de AOW-leeftijd te versoepelen of te bevriezen. Grote groepen werknemers zouden ver voor hun pensioen kunnen uitvallen, omdat ze zijn opgebrand.

Vanuit Den Haag is nog niet gereageerd op de oproep van de werkgevers. Van de vier partijen aan de onderhandelingstafel voor een nieuw kabinet is alleen D66 voorstander van een volledig flexibele AOW-leeftijd, dus zowel vervroegen als uitstellen. De VVD wil alleen het later ingaan van de uitkering mogelijk maken.

Kostendelersnorm AOW gaat definitief niet door

De kostendelersnorm AOW houdt in dat de AOW-uitkering lager wordt als er meer personen van 21 jaar of ouder op één adres wonen. De reden hiervoor is dat als er meer personen in een woning wonen, de woonkosten gedeeld kunnen worden. De norm staat in de wandelgangen bekend als ‘mantelzorgboete’.

De bedoeling was dat de kostendelersnorm voor de AOW zou ingaan op 1 juli 2016. Daarna is de kostendelersnorm voor de AOW uitgesteld omdat niet duidelijk was of de invoering van de maatregel ongewenste effecten heeft op de zorg van kinderen voor hun ouders op leeftijd en van ouders voor kinderen die zorg nodig hebben.

Het demissionaire kabinet maakte in de Voorjaarsnota bekend het plan in te trekken. Nu de maatregel niet doorgaat heeft het kabinet besloten om het (slapende) artikel uit de wet te halen.
De € 214 miljoen die de maatregel had moeten opleveren, wordt nu op andere plekken gevonden.

Uitbreiding toepasbaarheid alleenstaande ouderenkorting in de loonheffing

Bij de loonheffing kan de Sociale Verzekeringsbank (SVB) de alleenstaande ouderenkorting alleen toepassen als de alleenstaande oudere een uitkering ingevolge de Algemene Ouderdomswet (AOW) ontvangt en de standaardloonheffingskorting hierop geldt. Er zijn ongeveer 2.000 ouderen die geen AOW-uitkering ontvangen maar wel recht hebben op de Aanvullende Inkomensvoorziening Ouderen. Het kabinet stelt voor om de Wet op de loonbelasting zodanig aan te passen dat het SVB bij de inhouding loonheffing in die gevallen ook rekening kan houden met de alleenstaande ouderenkorting. In de Wet op de inkomstenbelasting kunnen deze belastingplichtigen de alleenstaande ouderenkorting al toepassen.

Algemene Nabestaanden Wet

De overheid vindt dat mensen die geconfronteerd zijn met het overlijden van hun partner of ouder(s) en die vanwege de zorg voor een kind of arbeidsongeschiktheid niet (volledig) in een eigen inkomen kunnen voorzien, verzekerd moeten zijn van financiële ondersteuning. Daarom regelt zij in deze gevallen op grond van de Algemene nabestaandenwet (Anw) een nabestaandenuitkering voor de overblijvende partner en een wezenuitkering voor kinderen die beide ouders hebben verloren. Er zijn in 2018 geen voornemens tot beleidswijzigingen op het terrein van nabestaanden.

Sinds 1 juli 2015 geldt voor de nabestaandenuitkering de kostendelersnorm. De hoogte van de uitkering wordt in jaarlijkse stappen verlaagd tot 50% van het referentieminimumloon als nabestaanden kosten delen met een of meer meerderjarige personen. In 2018 bedraagt het uitkeringspercentage voor kostendelers 55% van het referentieminimumloon.

Waardeoverdracht klein pensioen

Staatssecretaris Klijnsma vindt het van belang dat kleine pensioenaanspraken hun pensioenbestemming behouden. Werknemers met kortlopende dienstverbanden worden vanwege die kortlopende dienstverbanden steeds weer geconfronteerd met afkoop van hun klein pensioen. Door deze kleine pensioenen zoveel mogelijk binnen het systeem van waardeoverdracht te brengen, verbetert hun pensioenvoorziening. Daarnaast verminderen de administratieve lasten van uitvoerders van kleine pensioenen.

De hoofdlijnen van het wetsvoorstel zijn als volgt: Voor nieuwe kleine pensioenen vervalt het recht van pensioenuitvoerders om kleine pensioenen af te kopen. Hiervoor in de plaats komt het recht voor alle uitvoerders om – zonder tussenkomst van de gewezen deelnemer – kleine pensioenen over te dragen naar de nieuwe uitvoerder waar de deelnemer actief opbouwt. Uitvoerders die kiezen om mee te doen aan het systeem mogen op vrijwillige basis ook bestaande kleine pensioenen overdragen. Alle uitvoerders moeten inkomende waardeoverdrachten van kleine pensioenen accepteren. De huidige opschortende werking bij onderdekking van een pensioenfonds geldt niet bij deze automatische waardeoverdracht. Gewezen deelnemers met een klein pensioen kunnen geen bezwaar maken tegen de automatische waardeoverdracht. Klijnsma stelt voor om het pensioenregister een extra taak te geven als centrale gegevens-uitwisselaar tussen de pensioenuitvoerders.

Het wetsvoorstel is op 30 augustus 2017 aangeboden aan de Tweede Kamer.

Verzamelwet pensioenen 2017

Dit wetsvoorstel bevat verschillende wijzigingen in een aantal wetten op het terrein van pensioenen. Het betreft wijzigingen die hoofdzakelijk technisch van aard zijn. Deze wijzigingen hebben een verbetering van de pensioenwetgeving tot doel.

  • Uitvoeringsreglement gesloten fondsen en het algemeen pensioenfonds.
  • Elektronische informatieverstrekking.
  • Periodieke vaste stijging variabele pensioenuitkering.
  • Uitbreiden spreidingstermijn bij de variabele uitkering van vijf naar tien jaar.
  • Voorwaardelijkheidsverklaring.
  • Raad van toezicht ondernemingspensioenfondsen.
  • Verduidelijken aantal meetmomenten beleidsdekkingsgraad.
  • Overgangsrecht website verplichting.
  • Bevoegdheid tot waardeoverdracht bij «herkansing».
  • Procedure wijziging beroepspensioenregeling.
  • Beroepsrecht verantwoordingsorgaan beroepspensioenfondsen.
  • Wet Privatisering FVP heeft geen functie meer en wordt ingetrokken.

Toekomst pensioenstelsel

In een interview in het FD van 11 augustus 2017 waarschuwt staatssecretaris Klijnsma de sociale partners. “Ik heb altijd gevonden dat de sociale partners op de tweede pijler het voortouw hebben, want het gaat gewoon om een arbeidsvoorwaarde. Maar als zij met niets komen, dan geven ze dat voortouw uit handen.” Zij daagt de vakbeweging uit hun achterban te vragen over hun eigen schaduw heen te springen. “Het gaat immers niet alleen om het pensioen van de huidige gepensioneerden, het gaat om het pensioen van alle Nederlanders.” Het plan waaraan de SER werkt ‑ persoonlijke potjes met een collectieve buffer ‑ noemt zij ook voor de achterban van de vakbond begaanbaar. “We nemen geen afscheid van de doorsneepremie, maar kiezen voor een leeftijdsafhankelijke opbouw van rechten, wat beter past bij een flexibele arbeidsmarkt. Er wordt geen afscheid genomen van de solidariteit, collectiviteit en verplichtstelling. Natuurlijk is het moeilijk uit te leggen, maar het is wel begaanbaar.

Zij wijst er op dat wanneer je als sociale partners je ultieme ideeën over de vernieuwing van het stelsel op tafel legt, dat voor de vier onderhandelende partijen aan de informatietafel moeilijk terzijde te schuiven is. “Doe je dat niet, dan moeten werkgevers en werknemers straks achteruit onderhandelen ten opzichte van wat er in het regeerakkoord staat.

De standpunten van de beoogde coalitiepartners (VVD, CDA, D66 en CU) op pensioengebied lopen enigszins uiteen, maar lijken geen showstopper voor de formatie. De fiscale aftopping, de verplichtstelling en de doorsneepremie zijn waarschijnlijk de grootste discussiepunten. VVD, D66 en CU zijn voor individuele potjes. CDA neemt geen specifiek standpunt in. De VVD is een warm voorstander van het afschaffen van de verplichtstelling, D66 zit in het midden (wel verplichte deelname, maar vrije keus uitvoerder) en CDA en CU willen de verplichtstelling handhaven.

Ook de fiscale aftopping zorgt voor verdeeldheid. VVD en CDA willen geen verdere aftopping. CU wil het pensioengevend salaris beperken tot anderhalf keer modaal (ongeveer € 55.500). D66 wil verplichte deelname tot het maximum SV-loon (ongeveer € 54.000) en daarboven een fiscaal gefaciliteerde vrijwillige deelname tot een salaris van € 100.000. Bij de doorsneepremie vinden VVD, D66 en CU elkaar in het streven om hem af te schaffen. Het CDA neemt geen specifiek standpunt in. In het creëren van mogelijkheden om flexibeler om te gaan met premie-inleg en uitkeringen vinden de partijen elkaar op hoofdlijnen. Gedeeltelijke opname ineens voor de financiering van het eigen huis kan op steun van alle vier rekenen.

De toekomst van ons pensioenstelsel blijft ongewis. Zijn de betrokken partijen, werkgevers, vakbonden en politiek bereid en in staat om over hun eigen schaduw heen te springen en een werkzaam compromis te bereiken? De tijd zal het leren, maar de recente ontwikkelingen stemmen ons niet erg hoopvol.

Veldhuis Advies
Uw financiën, onze zorg!
Dit artikel is geschreven door:

Veldhuis Advies is de grootste organisatie in financieel advies in de regio. Ons bedrijf telt ruim 60 medewerkers. We mogen 15.000 particulieren en 2.500 ondernemers en bedrijven tot onze klantenkring rekenen. Graag geven wij u echter het gevoel, dat u onze enige klant bent. Dan hebben wij ons werk pas goed gedaan.
Vragen? Neem vrijblijvend contact met mij op:

Neem contact op


Direct contact

Wilt u meer informatie of een afspraak maken? Bel dan op werkdagen tussen 08.30 en 17.30 uur met Veldhuis Advies of maak gebruik van het contactformulier.

(0578) 699 760 info@veldhuisadvies.nl

Klik hier om een schade te melden.

  • velden met een ster (*) zijn verplicht om in te vullen