Gevolgen miljoenennota voor werkgevers

Filter

Gevolgen miljoenennota voor werkgevers

Personeel

Werkloosheid daalt, krapte arbeidsmarkt neemt toe

Het gaat goed op de arbeidsmarkt. De werkloosheid blijft dalen en het aantal banen toenemen. Als gevolg van de toegenomen vraag naar goederen en diensten en de afnemende werkloosheid neemt de krapte op de arbeidsmarkt toe. Een op de vijf ondernemers heeft moeite met het vinden van personeel, en vooral in specifieke sectoren als de ICT en transport kunnen werkgevers hun vacatures steeds lastiger vervullen. Werkgevers reageren op de toenemende krapte door het werk in hun sector aantrekkelijker te maken met betere arbeidsvoorwaarden en arbeidsbesparende technologie, of ze besteden werk uit.

Meer vaste contracten in krappe arbeidsmarkt

Efficiënte inzet van arbeid verhoogt de productiviteit van de Nederlandse economie. Dit is nu extra belangrijk vanwege de krappe arbeidsmarkt. Door het aantrekken van de arbeidsmarkt bieden werkgevers inmiddels weer vaker een vast contract aan. Maar het aandeel van de beroepsbevolking met een vast contract is in de afgelopen twee decennia wel structureel gedaald. Tegelijkertijd is het aantal zelfstandigen zonder personeel en werknemers met een flexibel arbeidscontract sterk gestegen. Flexibele contracten geven de mogelijkheid om pieken en dalen op te vangen. De verschillen tussen vaste en flexibele werknemers dragen er echter toe bij dat er te veel keuzes worden gemaakt op basis van kosten en risico’s, zoals loondoorbetaling bij ziekte, ontslagregels en cao-bepalingen.

Voorstel Wet arbeidsmarkt in balans

Het kabinet zet stappen richting een arbeidsmarkt die meer in balans is. Met het voorstel voor de Wet arbeidsmarkt in balans versterkt het kabinet de rechtspositie van oproepkrachten en payrollwerknemers. Het past de zogenoemde ketenbepaling aan, om daarmee flexibele contracten beter te laten aansluiten bij de aard van de werkzaamheden. Ook maakt het kabinet het aantrekkelijker om een vast contract aan te gaan, onder andere door toevoeging van een cumulatiegrond aan de redelijke gronden voor ontslag, een verruimde proeftijd, meer balans in de opbouw van de transitievergoeding, en een gedifferentieerde WW-premie naar contracttype. Verder nemen de financiële voordelen van zelfstandigheid gedeeltelijk af, doordat de aftrekmogelijkheden (tegen het lage tarief) geleidelijk generiek worden beperkt.

Herziening wettelijk minimumloon

Om beter aan te sluiten bij veranderende sociaaleconomische en maatschappelijke ontwikkelingen en bij wat internationaal gangbaar is, is in 2017 besloten tot een stapsgewijze verhoging van het wettelijk minimumjeugdloon. Als laatste stap (per 1juli 2019) krijgen werknemers vanaf 21 jaar (in plaats vanaf 22 jaar), recht op het volledige minimumloon en gaat het minimumjeugdloon voor werknemers van 18, 19 en 20 jaar verder omhoog.

Verkorten maximale looptijd 30%-regeling

De 30%-regeling biedt werkgevers de mogelijkheid om onder voorwaarden een forfaitair bedrag van maximaal 30% van het loon, onbelast te vergoeden aan bepaalde werknemers die tijdelijk buiten het land van herkomst werken. Het kabinet heeft besloten de maximale looptijd van de 30%-regeling met drie jaar te verkorten naar maximaal vijf jaar. Het kabinet vindt dat na een verblijf in Nederland van vijf jaar geen sprake meer is van tijdelijk verblijf. Het voorstel is om deze maatregel per 1 januari 2019 te laten gelden, voor zowel nieuwe als bestaande gevallen. Er geldt een beperkt overgangsrecht: schoolgelden voor internationale scholen (schooljaar ’18/’19) kunnen, ook na de verkorting van de looptijd van de 30%-regeling, onbelast worden vergoed of verstrekt mits dit binnen de oorspronkelijke looptijd gebeurt.

Voorstel Wet werk in balans

Met het oog op het aanbrengen van een nieuwe balans op de arbeidsmarkt tussen flexibele en vaste arbeidsovereenkomsten werkt het kabinet meerdere maatregelen uit. Het Wetsvoorstel omvat een aantal maatregelen om bij te dragen aan de balans in de arbeidsmarkt, onder andere:

  • Ontslag wordt ook mogelijk ingeval van een optelsom van omstandigheden, de zogenaamde cumulatiegrond.
  • De proeftijd voor vaste contracten wordt verlengd van twee naar vijf maanden.
  • De ketenbepaling wordt verruimd. Nu mogen er drie contracten in twee jaar worden aangegaan voordat opeenvolgende tijdelijke contracten worden aangemerkt als een vast contact. Dat wordt drie contracten in drie jaar.
  • De UWV-sectoren voor vaststelling van WW- en WIA-premies komen te vervallen. Ook wordt de WW-premie afhankelijk van de contractvorm.
  • De transitievergoeding wordt aangepast. Werknemers krijgen vanaf de eerste dag van werken recht op een transitievergoeding, daarentegen wordt de opbouw bij lange dienstverbanden verlaagd.

De transitievergoeding in beweging

Volgens de Wet werk en zekerheid hebben werknemers sinds 2015 bij ontslag recht op een transitievergoeding. De transitievergoeding zorgt echter regelmatig voor frustratie bij werkgevers. Bijvoorbeeld wanneer deze  moet worden betaald ná twee jaar ziekte, terwijl de kosten van de werkgever dan vaak al hoog zijn. En de uitval door ziekte vaak buiten de invloedssfeer van de werkgever is. Het kabinet komt met een aantal bijstellingen op gebied van de transitievergoeding:

  • Het hierboven vermelde wetsvoorstel Werk in balans geeft de werknemer vanaf de eerste dag van werken recht op een mogelijke transitievergoeding. De huidige verhoging van de opbouw na de eerste tien dienstjaren komt te vervallen.
  • De tijdelijke maatregel voor compensatie van de transitievergoeding voor kleine werkgevers bij bedrijfsbeëindiging wegens pensionering of ziekte wordt opgenomen in de Wet werk in balans waardoor deze een permanent karakter krijgt.
  • Afgelopen juli stemde de Eerste Kamer in met het wetsvoorstel Compensatie transitievergoeding bij langdurige arbeidsongeschiktheid. Werkgevers kunnen met terugwerkende kracht tot 1 juli 2015 een compensatie aanvragen voor betaalde transitievergoedingen als de werknemer na twee jaar ziekte is ontslagen.

De Hoge Raad oordeelde afgelopen april dat ontslag vanwege het bereiken van de pensioengerechtigde leeftijd niet leidt tot aanspraak op een transitievergoeding. Er is in de ogen van de Hoge Raad wel sprake van onderscheid naar leeftijd, maar geen sprake van verboden leeftijdsdiscriminatie. Het uitsluiten van AOW-gerechtigden van de transitievergoeding dient een legitiem doel.

Ziekte en arbeidsongeschiktheid

In het regeerakkoord ‘Vertrouwen in de toekomst’ van oktober 2017 constateert het kabinet dat de arbeidsmarkt knelt voor werkgevers en werknemers. Te veel verantwoordelijkheden zijn eenzijdig neergelegd bij werkgevers, maar ook werknemers zijn hiervan de dupe. Flexwerk, zzp-schap en payrolling vieren hoogtij en een vaste baan is minder vanzelfsprekend. Op hoofdlijnen schetst het regeerakkoord een aantal maatregelen om de balans te herstellen. De geplande invoeringsdatum was 1 januari 2020. Nu, bijna een jaar na dato, lijkt het er echter op dat geen van deze maatregelen doorgevoerd gaat worden. Wij gaan kort in op de afzonderlijke voorstellen.

De periode van loondoorbetaling bij ziekte gaat voor het MKB terug van twee naar een jaar.

Het kabinet stelde voor de periode van loondoorbetaling voor bedrijven tot 20 werknemers terug te brengen van twee naar een jaar. De financiering van het tweede jaar loondoorbetaling bij deze kleine bedrijven zou dan plaats moeten gaan vinden vanuit een fonds waarvan de geldelijke middelen opgebracht moesten worden door dezelfde kleine werkgevers. Het begrip ‘sigaar uit eigen doos’ viel bij de commentaren met grote regelmaat en het algemene beeld was dat deze maatregel het voor de kleine werkgever alleen maar duurder maakt. Deze maatregel is waarschijnlijk gesneuveld. Er wordt gezocht naar alternatieven.

De periode van eigenrisicodragen regeling WGA gaat terug van tien naar vijf jaren

Door het terugbrengen van de periode van eigenrisicodragen voor de Werkhervatting Gedeeltelijk Arbeidsgeschikten (WGA) worden werkgevers korter individueel belast voor de WGA-lasten van hun (ex-)werknemers. Door deze maatregel wordt een gedifferentieerde premie bij UWV, of een private premie bij de verzekeraar, vervangen door een uniforme premie. Namelijk dat premiedeel dat zorgt voor financiering van de WGA-lasten van jaar zes tot en met tien. Deze maatregel raakt vooral het grootbedrijf. Immers, het kleinbedrijf betaalt al een branchepremie die onafhankelijk is van de eigen WGA-instroom.

Bij mogelijke invoer van deze maatregel treedt een – volgens velen – ongewenst effect op. De grote bedrijven die de afgelopen jaren veel gedaan hebben aan voorkoming en beperking van WGA-instroom, veelal met ondersteuning van de private verzekeraar, gaan een hogere, deels uniforme premie betalen. En voor bedrijven die hier niet actief op stuurden en een hoge WGA-instroom hebben, gaan in lasten juist omlaag. Afgelopen mei stond een conceptvoorstel open voor internetconsultatie. Iedereen mocht daarop reageren. Dit voorstel bevatte naast de regeerakkoordmaatregel om de WGA-risicoperiode van tien naar vijf jaar te verkorten ook een aantal technische aanpassingen.

WGA 35-80% wordt 35-99% en aanpassing van het schattingsbesluit

Het kabinet stelt in het regeerakkoord ook een aantal maatregelen voor om werknemers te activeren hun restverdiencapaciteit te vergroten en minder werknemers volledig arbeidsongeschikt te laten verklaren. Meer informatie over deze maatregelen krijgt u in deze video. Deze video geeft u ook een beter inzicht in de werking van de WIA, met name de vaststelling van arbeidsongeschiktheid door UWV.

Zelfstandigen zonder personeel (zzp’er) worden vaker beschouwd als werknemer

Het kabinet maakt zicht zorgen over de groei van het aantal (onverzekerde) zzp’ers. Ter illustratie: slechts 20 procent van de zzp’ers heeft een arbeidsongeschiktheidsverzekering afgesloten. Er wordt binnen de politiek al enige jaren gesproken over een verplichte verzekering maar dat druist dan weer in tegen de ondernemersvrijheid van de ‘echte’ zzp’er. In het regeerakkoord 2017 belooft het kabinet te onderzoeken of het mogelijk is om een hogere verzekeringsgraad voor arbeidsongeschiktheid te creëren bij zelfstandigen. Hierbij moeten zelfstandigen een bewuste keuze kunnen maken om zich wel of niet te verzekeren. Er wordt naar alternatieven gezocht, onder andere in het verbeteren van de toegankelijkheid van de private arbeidsongeschiktheidsverzekering en het promoten van het afsluiten van zo’n verzekering.

Er is een groeiende groep schijnzelfstandigen en kwetsbare zelfstandigen ontstaan waar het kabinet zich eveneens zorgen over maakt. Tegelijkertijd vinden veel zelfstandigen en hun opdrachtgevers de huidige regelgeving onduidelijk of onnodig ingewikkeld. Het kabinet heeft daarom in het regeerakkoord maatregelen aangekondigd waarmee, met name aan de onderkant van de arbeidsmarkt, schijnzelfstandigheid en concurrentie op arbeidsvoorwaarden wordt tegengegaan. Een van de maatregelen is dat zzp’ers met een laag tarief standaard worden aangemerkt als werknemer. Hiermee is voor een grote groep zzp’ers de verplichte verzekering een feit in de vorm van deelname aan de werknemersverzekeringen. De afbakening tussen de groepen voor de arbeidsovereenkomst bij laag tarief en andere groepen is gebaseerd op onder meer het uurtarief dat de opdrachtnemer in rekening brengt bij de opdrachtgever. Het kabinet is voornemens om de Tweede Kamer in het najaar nader te informeren over de uitwerking van de voorgestelde maatregelen.

Overige maatregelen

LKV niet meer altijd maximaal drie jaar toepassen

Als een werknemer aantoonbaar tot de doelgroep banenafspraak en scholingsbelemmerden behoort, kan uw organisatie een loonkostenvoordeel voor hem aanvragen via de loonaangifte. Momenteel kan die loonkostensubsidie maximaal drie jaar duren vanaf het moment dat de werknemer in dienst komt. In de begroting van het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid staat echter dat de LKV voor deze doelgroep per 2020 niet langer beperkt is tot drie jaar. Uw organisatie kan deze tegemoetkoming per 2020 dus voor onbepaalde duur aanvragen, zolang de werknemer aan de voorwaarden voor het LKV voldoet. Deze voorgenomen uitbreiding moet het arbeidsmarktperspectief van werknemers met een arbeidsbeperking structureel verbeteren.
Er zijn geen plannen bekend om de looptijd van het loonkostenvoordeel voor de andere drie doelgroepen te verlengen. Voor het aannemen van oudere uitkeringsgerechtigden, het aannemen van arbeidsgehandicapte werknemers en het herplaatsen van arbeidsgehandicapte werknemers blijft dus een beperkte looptijd gelden.

Maximale subsidiebedrag voor praktijkleren in 2019 omlaag

In de zomer maakte minister Van Engelshoven al bekend dat de subsidieregeling verlengd zou worden voor het komende schooljaar, maar de omvang bleef onduidelijk. Uit het Prinsjesdagdocument blijkt nu dat het kabinet het totale subsidiebudget met € 19,5 miljoen inkort. Dit is nodig om een tegenvaller op de zogeheten leerling- en studentenraming en de studiefinancieringsraming te dekken. De subsidiebudgetten voor de verschillende opleidingscategorieën onder de subsidieregeling praktijkleren gaan allemaal wat omlaag in het schooljaar 2018/2019. Een vervelende consequentie van de korting op het subsidiebudget is dat het maximale subsidiebedrag per gerealiseerde praktijkleerplaats of werkleerplaats wordt verlaagd van € 2.700 naar € 2.500. Werkgevers zullen dus minder geld ontvangen.

Bijtelling elektrische auto’s naar 22%

Er gelden momenteel twee bijtellingscategorieën voor de auto van de zaak. Alle auto’s die 100% elektrisch rijden vallen dit jaar in de bijtellingscategorie van 4%. Alle auto’s met 1 gram of meer uitstoot per gereden kilometer vallen in de bijtellingscategorie van 22%. Vanaf 1 januari 2019 vindt er een aanpassing plaats voor elektrische auto’s met een catalogusprijs van meer dan € 50.000. De 4%-bijtelling geldt dan namelijk alleen nog maar voor elektrische auto’s tot € 50.000. Daarboven moet een organisatie rekening gaan houden met een percentage van 22% voor duurdere auto’s. Stel dat de grondslag voor de bijtelling € 80.000 bedraagt, dan geldt er een bijtelling van 4% voor de eerste € 50.000 en 22% voor de overige € 30.000.

Vanaf 2021 gaat ook voor elektrische auto’s gelden dat over de gehele cataloguswaarde 22% bijtelling verschuldigd is. Eigenaren van een elektrische auto hebben dan dus geen fiscaal voordeel meer van hun auto.

Aantrekkelijke fiets-van-de-zaak regeling

Het kabinet wil zakelijk fietsen aantrekkelijker maken. Daarom komt er in plaats van de ingewikkelde regels voor het belasten van de waarde van privégebruik een forfaitaire bijtelling van 7% van de nieuwwaarde van de fiets.

Er zijn al fiscale regels om woon-werkverkeer per fiets te stimuleren. Werkgevers kunnen hun werknemers een lening geven voor de aanschaf van een (elektrische) fiets, die de werknemer kan terugbetalen vanuit zijn belastingvrije vergoeding van € 0,19 per zakelijke kilometer. Omdat elektrische fietsen nogal duur zijn, wordt deze mogelijkheid in de praktijk daar amper voor gebruikt. Bij het ter beschikking stellen van een (elektrische) fiets – waarbij de werkgever eigenaar blijft van het vervoermiddel – moet hij nu de waarde van het privégebruik bepalen en die als loon in natura bij de werknemer belasten. Om deze administratieve rompslomp weg te nemen, is het plan om per 1 januari 2020 de waarde van het privévoordeel van de fiets van de zaak standaard vast te stellen op 7% van de nieuwwaarde van de betreffende fiets. Zo sluiten de regels aan op die van een auto van de zaak.

De bijtelling gaat in elk geval gelden als de werknemer de ter beschikking gestelde fiets voor zijn woon-werkverkeer kan gebruiken. Het doet er niet toe of dat voor het volledige woon-werkverkeer is of een gedeelte ervan. Ook maakt het niet uit wat voor soort fiets de werknemer ter beschikking gesteld heeft gekregen. Voor een stadsfiets, bakfiets, elektrische fiets en een zogenoemde speed pedelec met elektrische trapondersteuning gaat allemaal hetzelfde bijtellingstarief van 7% van de aanschafprijs gelden.

Meer weten? Vraag het onze zakelijke adviseurs via bedrijven@veldhuisadvies.nl of tel. 0578-699789.

Veldhuis Advies
Uw financiën, onze zorg!
Dit artikel is geschreven door:

Veldhuis Advies is de grootste organisatie in financieel advies in de regio. Ons bedrijf telt ruim 75 medewerkers. We mogen 20.000 particulieren en 3.000 ondernemers en bedrijven tot onze klantenkring rekenen. Graag geven wij u echter het gevoel, dat u onze enige klant bent. Dan hebben wij ons werk pas goed gedaan.
Vragen? Neem vrijblijvend contact met mij op:

Neem contact op


Direct contact

Wilt u meer informatie of een afspraak maken? Bel dan op werkdagen tussen 08.30 en 17.30 uur met Veldhuis Advies of maak gebruik van het contactformulier.

(0578) 699 760 info@veldhuisadvies.nl

Klik hier om een schade te melden.

  • Ja, ik ga akkoord met de verwerking van mijn gegevens volgens het privacy reglement. *

  • * verplicht veld