Gevolgen miljoenennota voor ondernemers en dga's

Filter

Gevolgen miljoenennota voor ondernemers en dga’s

Prinsjesdag

Nederland, een aantrekkelijke vestigingsplaats

1. Wijzigingen vennootschapsbelasting en compensatie voor DGA

Om Nederland aantrekkelijk te houden voor zowel binnenlandse als buitenlandse ondernemingen stelt het kabinet voor om de tarieven voor de vennootschapsbelasting (Vpb) te verlagen. Met ingang van 2019 worden de tarieven verlaagd naar respectievelijk 19% voor de eerste schijf (winsten t/m € 200.000) en 24,3% voor de tweede schijf (winsten hoger dan € 200.000). Deze tarieven worden de komende jaren verder verlaagd. Tegenover de tariefsverlaging staat een verbreding van de grondslag. Deze verbreding raakt vooral grote bedrijven zodat het midden- en kleinbedrijf het meest profiteert van deze tariefsverlaging.

Versoberen voorwaartse verliesverrekening in de vennootschapsbelasting

Een onderneming kan op basis van de huidige wetgeving een verlies in enig jaar compenseren met winsten van het jaar ervoor of van negen jaar erna. Het kabinet stelt voor om de voorwaartse verliesverrekening met ingang van 2019 te beperken tot zes jaar. Verliezen geleden in 2019 kunnen dus uiterlijk tot en met 2025 worden verrekend. Voor nog niet verrekende verliezen die vóór 2019 zijn geleden geldt conform de huidige regels van voorwaartse verliesverrekening een termijn van maximaal negen jaar. Dus een verlies uit het jaar 2018 kan verrekend worden met winsten tot en met uiterlijk 2027.

Iets minder pijn voor DGA in box 2

De pijn van de tariefsverlaging in de vennootschapsbelasting voor directeuren-grootaandeelhouders (dga’s) en andere houders van een aanmerkelijk belang wil het kabinet de komende jaren enigszins verzachten door het tarief in box 2 stapsgewijs te verhogen tot 26,9% in 2021. Een houder van een aanmerkelijk belang heeft een belang van 5% of meer in een vennootschap. Hij betaalt belasting over het inkomen uit dit aanmerkelijk belang in box 2.

Op de maatregel uit het regeerakkoord om het box 2-tarief  in eerste instantie op te trekken naar 28,5% kwam veel kritiek uit ondernemershoek. Volgens het kabinet is de correctie nodig, om een globaal evenwicht te bewerkstelligen tussen de belasting- en premiedruk van IB-ondernemers en DGA’s, zodat de keuze voor een ondernemingsvorm zo min mogelijk wordt bepaald vanuit fiscale motieven.

2. Afschaffing dividendbelasting

Het afschaffen van de dividendbelasting per 2020 biedt vooral voordelen voor buitenlandse aandeelhouders. Nederlandse aandeelhouders kunnen de dividendbelasting namelijk verrekenen met de inkomsten- of vennootschapsbelasting. Buitenlandse aandeelhouders kunnen dat vaak niet. Aandeelhouders bij wie de dividendbelasting niet te verrekenen is, zullen daardoor een voorkeur hebben voor een onderneming met een tophoudster in een land zonder dividendbelasting. Met deze maatregel beoogt het kabinet dan ook om Nederland een aantrekkelijkere vestigingsplaats te maken voor multinationals.

Dga met hoge schuld aan BV krijgt heffing voor de kiezen

Het kabinet presenteert in de Miljoenennota alvast een belastingrekening aan directeuren-grootaandeelhouders (dga’s). Ondernemers met een schuld van meer dan € 500.000 aan hun bv krijgen waarschijnlijk vanaf 2020 te maken met een extra heffing in box 2 van de inkomstenbelasting. Er staat dat het tarief voor aanmerkelijk belanghouders minder hard stijgt dan eerder was gedacht. Maar dat voordeel heeft ook een keerzijde. ‘Het kabinet gaat belastinguitstel ontmoedigen door schuldverhoudingen van dga’s met hun eigen bv boven de € 500.000 te belasten in box 2’, zo staat te lezen. Veel dga’s hebben een rekening-courant met hun bv. Daarin is het saldo te zien van bedragen die nog tussen de bv en de dga verrekend moeten worden.

Hoe de heffing in box 2 precies wordt vormgegeven, staat nog niet omschreven. Mogelijk volgt die informatie pas in het Belastingplan voor 2020. Wel heeft de regering het in de Miljoenennota specifiek over rekening-courantschulden en niet over leningen tussen de bv en de dga. En het gaat dus om een heffing op het bedrag bóven de € 500.000. Niettemin verwacht het kabinet volgend jaar al een opbrengst van € 1,8 miljard vanwege een ‘anticipatie-effect’. Ofwel: extra belastinginkomsten op inkomen van dga’s die de heffing vóór willen zijn. Een dga kan bijvoorbeeld extra loon laten uitkeren om met dat geld de schuld terug te dringen. Maar dan betaalt hij wel extra inkomstenbelasting.

Overige maatregelen

Afschrijving op gebouw voor ondernemers beperkt

Ondernemers voor de vennootschapsbelasting zien vanaf volgend jaar de afschrijvingsmogelijkheden afkalven. Op een gebouw dat zij in eigendom hebben, mogen zij dan nog maar tot 100% van de WOZ-waarde afschrijven. Nu mag dat nog tot 50%. Volgens het Belastingplan 2019 maakt deze maatregel het verschil tussen de boekwaarde en de toekomstige verkoopwaarde van een pand kleiner. Volgens het kabinet is daardoor  de belastbare boekwinst bij de verkoop van het gebouw kleiner.

Energie-investeringsaftrek (EIA) gaat in 2019 omlaag

De EIA moet organisaties stimuleren om te investeren in duurzame energie. Als zij energiezuinige spullen aanschaffen die voorkomen op de Energielijst, kunnen zij een deel van de aanschafkosten aftrekken van de winst. Het bedrijfsmiddel moet wel minstens € 2.500 kosten. Onder die grens geldt de aftrek niet. In 2018 kunnen ondernemingen nog 54,5% van de aanschafkosten aftrekken. Dat percentage wordt dus verlaagd naar 45% in 2019. Het is dus voordeliger om investeringen nog dit jaar te doen. Daartegenover besloot het kabinet om naast de EIA, ook de andere ondernemersfaciliteiten zoals de Milieu-investeringsaftrek (MIA) en de daarmee samenhangende willekeurige afschrijving milieu-investeringen (Vamil) niet per 1 januari 2019 te laten vervallen, maar pas op 1 januari 2024.

Voorwaartse verliesverrekening aan banden

Ondernemers die verliezen willen verrekenen met toekomstige winsten, krijgen te maken met een beperking. Vanaf 2019 kunnen zij nog maar over zes boekjaren verliezen verrekenen, terwijl dat nu nog negen jaar is. De beperking van voorwaartse verliesverrekening in de vennootschapsbelasting (VPB) was al aangekondigd in het regeerakkoord. Uit de Prinsjesdagstukken blijkt nu dat deze beperking vanaf 2019 ingaat. Verliezen uit dat jaar kunnen dus uiterlijk tot het boekjaar 2025 worden verrekend (als het boekjaar gelijkloopt met het kalenderjaar). De termijn voor het verrekenen van verliezen met winst uit het verleden blijft onveranderd: dit kan tot één boekjaar terug. Met de maatregel wil het kabinet de aandacht verleggen van langdurig verlieslijdende ondernemingen naar winstgevende ondernemingen. Want: als een onderneming er in zeven jaar tijd geen winst weet te maken ‘roept dit twijfel op over haar levensvatbaarheid’, aldus het kabinet. De inperking van de termijn voor verliesverrekening geldt zowel voor de VPB als voor box 2. Ook daar gaat de termijn terug van negen naar zes jaar.

Wetsvoorstel Modernisering kleine ondernemersregeling (KOR)

Het kabinet wil kleine ondernemers stimuleren en ondersteunen en de administratieve lasten voor hen verminderen. Daarom is besloten de huidige KOR die voor de BTW geldt, aan te gaan pakken. Het is de bedoeling dat vanaf 2020 de omzet bepalend zal zijn voor de toepassing van de KOR. Het wetsvoorstel gaat uit van een omzetgrens van € 20.000. Ondernemers die onder deze grens blijven, zijn geen BTW verschuldigd en hoeven geen BTW-aangifte te doen. Dat vermindert de administratieve verplichtingen. Het omzetcriterium wordt in bijna alle andere EU-landen toegepast. Het bedrag van de omzet is in iedere lidstaat echter wel anders.

Ondernemers die voor toepassing van deze nieuwe facultatieve omzetgerelateerde vrijstellingsregeling van de BTW kiezen, veranderen dus van een BTW-belaste ondernemer in een BTW-vrijgestelde ondernemer. Het gaat dan om het leveren van goederen en diensten in Nederland én intracommunautaire leveringen vanuit Nederland. Daar staat tegenover dat bij de keuze voor de ‘nieuwe KOR’ de BTW die anderen in rekening hebben gebracht niet aftrekbaar zijn.

Zelfstandigen zonder personeel (zzp’er) worden vaker dan nu beschouwd als werknemer.

Het kabinet maakt zicht zorgen over de groei van het aantal (onverzekerde) zzp’ers. Ter illustratie: slechts 20 procent van de zzp’ers heeft een arbeidsongeschiktheidsverzekering afgesloten. Er wordt binnen de politiek al enige jaren gesproken over een verplichte verzekering maar dat druist dan weer in tegen de ondernemersvrijheid van de ‘echte’ zzp’er. In het regeerakkoord 2017 belooft het kabinet te onderzoeken of het mogelijk is om een hogere verzekeringsgraad voor arbeidsongeschiktheid te creëren bij zelfstandigen. Hierbij moeten zelfstandigen een bewuste keuze kunnen maken om zich wel of niet te verzekeren. Er wordt naar alternatieven gezocht, onder andere in het verbeteren van de toegankelijkheid van de private arbeidsongeschiktheidsverzekering en het promoten van het afsluiten van zo’n verzekering.Er is een groeiende groep schijnzelfstandigen en kwetsbare zelfstandigen ontstaan waar het kabinet zich eveneens zorgen over maakt. Tegelijkertijd vinden veel zelfstandigen en hun opdrachtgevers de huidige regelgeving onduidelijk of onnodig ingewikkeld. Het kabinet heeft daarom in het regeerakkoord maatregelen aangekondigd waarmee, met name aan de onderkant van de arbeidsmarkt, schijnzelfstandigheid en concurrentie op arbeidsvoorwaarden wordt tegengegaan. Een van de maatregelen is dat zzp’ers met een laag tarief standaard worden aangemerkt als werknemer. Hiermee is voor een grote groep zzp’ers de verplichte verzekering een feit in de vorm van deelname aan de werknemersverzekeringen. De afbakening tussen de groepen voor de arbeidsovereenkomst bij laag tarief en andere groepen is gebaseerd op onder meer het uurtarief dat de opdrachtnemer in rekening brengt bij de opdrachtgever. Het kabinet is voornemens om de Tweede Kamer in het najaar nader te informeren over de uitwerking van de voorgestelde maatregelen.

Bijtelling elektrische auto’s naar 22%

Er gelden momenteel twee bijtellingscategorieën voor de auto van de zaak. Alle auto’s die 100% elektrisch rijden vallen dit jaar in de bijtellingscategorie van 4%. Alle auto’s met 1 gram of meer uitstoot per gereden kilometer vallen in de bijtellingscategorie van 22%. Vanaf 1 januari 2019 vindt er een aanpassing plaats voor elektrische auto’s met een catalogusprijs van meer dan € 50.000. De 4%-bijtelling geldt dan namelijk alleen nog maar voor elektrische auto’s tot € 50.000. Daarboven moet een organisatie rekening gaan houden met een percentage van 22% voor duurdere auto’s. Stel dat de grondslag voor de bijtelling € 80.000 bedraagt, dan geldt er een bijtelling van 4% voor de eerste € 50.000 en 22% voor de overige € 30.000.

Vanaf 2021 gaat ook voor elektrische auto’s gelden dat over de gehele cataloguswaarde 22% bijtelling verschuldigd is. Eigenaren van een elektrische auto hebben dan dus geen fiscaal voordeel meer van hun auto.

Nieuwe BTW-richtlijn voor e-commerce

De Raad van de Europese Unie heeft eind 2017 een richtlijn ‘elektronische handel’ vastgesteld voor BTW-verplichtingen voor diensten en afstandsverkopen van goederen. Het belangrijkste onderwerp daarbij is een tegemoetkoming aan kleinere ondernemers die in beperkte mate digitale diensten verkopen aan particulieren in andere lidstaten. Het gaat daarbij bijvoorbeeld om een Nederlandse ondernemer die digitaal aan een particuliere afnemer in Spanje een softwareprogramma levert. Ondernemers die grensoverschrijdend digitale diensten verkopen aan consumenten binnen de Europese Unie, zijn de BTW daarover verschuldigd in die lidstaten tegen de tarieven van de lidstaat waar de consument is gevestigd.

Meer weten? Vraag het onze adviseurs via fpdesk@veldhuisadvies.nl of tel. 0578-699769.

Veldhuis Advies
Uw financiën, onze zorg!
Dit artikel is geschreven door:

Veldhuis Advies is de grootste organisatie in financieel advies in de regio. Ons bedrijf telt ruim 75 medewerkers. We mogen 20.000 particulieren en 3.000 ondernemers en bedrijven tot onze klantenkring rekenen. Graag geven wij u echter het gevoel, dat u onze enige klant bent. Dan hebben wij ons werk pas goed gedaan.
Vragen? Neem vrijblijvend contact met mij op:

Neem contact op


Direct contact

Wilt u meer informatie of een afspraak maken? Bel dan op werkdagen tussen 08.30 en 17.30 uur met Veldhuis Advies of maak gebruik van het contactformulier.

(0578) 699 760 info@veldhuisadvies.nl

Klik hier om een schade te melden.

  • Ja, ik ga akkoord met de verwerking van mijn gegevens volgens het privacy reglement. *

  • * verplicht veld